Beenlengteverschil (BLV)

Bij een beenlengteverschil (BLV) is het ene been langer dan het andere been. Hierdoor ontstaat er een bekkenscheefstand. Veel mensen zijn zich onbewust van hun beenlengteverschil, aangezien een beenlengteverschil geen klachten op hoeft te leveren. Ook kunnen kinderen een beenlengteverschil hebben. Dit kan doordat het ene been sneller groeit dan het andere en dit moet bijgetrokken zijn wanneer het kind uitgegroeid is. Behandeling is aangeraden wanneer er klachten ontstaan in het bewegingsapparaat zoals in de voeten, knieën, heupen of rug.

Oorzaak

  • Aangeboren: de botten hebben een verschillende lengte, zijn ongelijk van vorm of bij een heupdysplasie waarbij de heupkop niet goed in de heupkom past.
  • Groeistoornis: hierbij ontwikkelt het ene been zich door een stoornis minder goed.
  • Trauma: breuk van een been of heup waardoor er een beenlengteverschil ontstaat.
  • Zwangerschap/ bekkeninstabiliteit.
  • Operatie: een nieuwe heup of knie kan er voor zorgen dat een van de benen verkort of juist verlengt, wat een beenlengteverschil veroorzaakt.

Symptomen

  • Als gevolg van een beenlengteverschil kunnen er verschillende klachten in het bewegingsstelsel ontstaan. Dit kunnen klachten zijn in de voeten, knieën, heupen en/of (onder)rug. Meestal komen de klachten door een beenlengteverschil voor aan één zijde van de rug of aan het heupgewricht. Voorbeelden van klachten door een beenlengteverschil zijn: een hernia, artrose van het heupgewricht, knie of (lage) rugklachten, schouder- nek en hoofdpijnklachten.

Behandeling en herstel

  • Correctie van het beenlengteverschil, onder de 1,5 cm, door middel van een hakverhoging in de schoen.
  • Hakverhoging onder de schoen, boven de 1,5cm.
  • Podotherapeutische zolen ter correctie van de stand van de voeten en benen.
  • Adviezen geven aan de schoenmaker over de hoogte van de hakverhoging onder de schoen.

MAAK EEN AFSPRAAK