Klompvoeten (pes equinovarus)

Een klompvoet is een aangeboren afwijking die bij 1 op de 800 pasgeborene baby’s voorkomt. Een klompvoet komt twee keer zo vaak voor bij jongens dan bij meisjes. Eén of beide voeten kunnen aangedaan zijn. De naam klompvoet komt van het Engelse woord ‘clubfoot’, wat is gebaseerd op de vorm van een golfstok. Een klompvoet is een gewone voet waarbij tijdens de zwangerschap de botten, spieren, banden en pezen van de voet niet goed met de rest van de voet meegroeiden. Hierdoor wordt de voet in een afwijkende stand getrokken. Het kan zelfs lijken alsof de bovenkant van de voet aan de onderkant zit.

Oorzaak

  • Waardoor een klompvoet veroorzaakt wordt, is weinig bekend. Erfelijke factoren spelen een rol. Als één van de ouders klompvoeten heeft, is de kans groot dat het kind het ook krijgt.

Symptomen

  • Equinus (spitsstand): de voet staat naar beneden gekanteld.
  • Varusstand: de voet staat naar binnen gekanteld.
  • Adductiestand: de voorvoet wijst naar binnen, waardoor er een kommavorm ontstaat.
  • Verkorte achillespees (tendo calcaneii).
  • Klompvoeten zijn vaak kleiner van vorm, waarbij ook de kuit en het been vaak korter zijn.

Behandeling en herstel

  • Het is van belang direct na de geboorte te starten met conservatieve behandeling zoals het gipsen, tapen en rekken. Dit om verdere vervorming te voorkomen. De baby krijgt gips waarbij de weefsels aan de binnenzijde van de voet worden gerekt. Als de juiste positie is bereikt, moet tot het 4e levensjaar een brace worden gedragen om de gecorrigeerde stand te behouden.
  • Bij te weinig resultaat van de conservatieve behandeling is operatieve behandeling tussen de 9e en 12e maand aangeraden. Hierbij worden de botten, pezen, banden en gewrichten van de voet en enkel gecorrigeerd. Het dragen van ortheses/braces of orthopedisch schoeisel wordt aangeraden om de voetcorrectie te behouden.

MAAK EEN AFSPRAAK